Treincoupe

In de coupé van de trein ben ik ongevraagd deelgenoot van muziek. Wat eerder irritatie oproept dan plezier.

Bliep, bliep: een vlot gesprek dat zich via WhatsApp afspeelt.
Schuin tegenover mij praten twee dames zo hard dat ik me bijna geneer dat ik hun gesprek versta. Intieme zaken ongepast voor de openbare ruimte.
Een baby huilt mee op het ritme van de trein.
Af en toe heen en weer wiegend. Alsof ik aan zee zit in plaats van op rails.

Er komt een nieuwe halte aan.
Verlangend roep ik beelden op van een lege coupé.
Even geen geluid, gekraak, gesmak en gejank.
Een oorverdovende stilte: zo aanlokkelijk.

Een treinreis is iets wonderlijks.
Iedereen is onderweg. Naar iets of iemand?
Of is daar net van terug.
Leven in een kleine cocon.
Ongemerkt nemen we ruimte in van andermans respectabele grenzen.
Onwetend en onbedoeld. Een enkeling bewust.
Het vertrouwen in de medemens.
De geluiden vertellen hun verhaal.

We kijken elkaar niet meer aan. De concurrentie van de schermen in onze handen.
De nekken nederig gebogen voor de GSM.

De gele slang die door het landschap glijdt.
Het brengt ons iets.
Door het raam spot ik een jonge ree.
Bevroren stilstaand, tussen het spoor en de snelweg.
Laat het goed aflopen. Kies het hazenpad richting groen.

Er klinkt een schrille kindergil.
Ik bevries. Dan weer ontspannen als er geen gevolg is.
De trein is mijn ridder.
Een stalen ros. Onverstoorbaar gaat deze dwars door gedachten en belevenissen heen.
Dendert een eigen ritme. Ondanks....
Nog even, denk ik. Bijna thuis.